Naar hoofdinhoud

§ 2

Artikel 7

Artikel 7

Onderdeel van Beleidsregel vergunningen voor geregeld en ongeregeld luchtvervoer· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 15 mei 2014

1. De vergunning, bedoeld in artikel 6, wordt verleend aan een niet in Nederland gevestigde EU-luchtvaartmaatschappij, indien Nederland met het land van afkomst van de desbetreffende luchtvaartmaatschappij een reciprociteitsverklaring heeft afgesloten. 2. Indien geen sprake is van een reciprociteitsverklaring wordt te allen tijde de luchtvaartpolitieke relatie met het desbetreffende land van afkomst betrokken bij de beoordeling van de vergunningaanvraag. 3. De vergunning wordt per seizoen aangevraagd en wordt uiterlijk anderhalf jaar voor de aanvang van het vervoer ingediend en afgehandeld. 4. De Minister van Infrastructuur en Milieu betracht terughoudendheid bij het verlenen van een vergunning voor ongeregeld luchtvervoer indien hierdoor onevenredige schade zou worden toegebracht aan het geregelde vervoer en de netwerkkwaliteit. 5. Bij de toekenning van een vergunning wordt, behoudens politieke restricties, zo min mogelijk in de markt geïntervenieerd. 6. De artikelen 4 en 5 zijn van overeenkomstige toepassing. 7. In afwijking van het zesde lid wordt een aanvraag van een in Nederland gevestigde EU- luchtvaartmaatschappij voor het uitvoeren van ongeregeld luchtvervoer naar derde landen geheel ten behoeve van vracht toegestaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel