Naar hoofdinhoud

§ 5

Artikel 10

Artikel 10

Onderdeel van Regeling vertrouwenspersonen integriteit en Klachtencommissie ongewenste omgangsvormen Rijksambtenaren BES· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 23 mei 2014

1. Ten aanzien van een melder wordt als gevolg van het te goeder trouw melden van een vermoeden van een misstand of van ongewenste omgangsvormen geen besluit met nadelige gevolgen voor zijn rechtspositie genomen. Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat een melder niet op andere wijze bij de uitoefening van zijn functie nadelige gevolgen ondervindt ten gevolge van de melding. 2. Ten aanzien van een klager wordt als gevolg van het te goeder trouw indienen van een klacht geen besluit met nadelige gevolgen voor zijn rechtspositie genomen. Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat een klager niet op andere wijze bij de uitoefening van zijn functie nadelige gevolgen ondervindt ten gevolge van die klacht. 3. Ten aanzien van een vertrouwenspersoon of gewezen vertrouwenspersoon wordt als gevolg van zijn activiteiten als vertrouwenspersoon geen besluit met nadelige gevolgen voor zijn rechtspositie genomen. Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat een vertrouwenspersoon of gewezen vertrouwenspersoon niet op andere wijze in zijn positie als ambtenaar bij de uitoefening van zijn functie nadelige gevolgen ondervindt van zijn activiteiten in het kader van zijn activiteiten als vertrouwenspersoon. 4. Ten aanzien van een lid of gewezen lid van de klachtencommissie wordt als gevolg van zijn activiteiten in het kader van de klachtencommissie geen besluit met nadelige gevolgen voor zijn rechtspositie genomen. Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat een lid of een gewezen lid van de klachtencommissie niet op andere wijze bij de uitoefening van zijn functie nadelige gevolgen ondervindt van zijn activiteiten in het kader van de klachtencommissie. 5. Onder een besluit met nadelige gevolgen voor de rechtspositie wordt in ieder geval verstaan een besluit dat strekt tot: het verlenen van ontslag anders dan op eigen verzoek; het tussentijds beëindigen of het niet verlengen van diens aanstelling in tijdelijke dienst; het niet omzetten van diens aanstelling in tijdelijke dienst voor een proeftijd in een aanstelling in vaste dienst; het verplaatsen of het overplaatsen of het weigeren van een verzoek daartoe; het treffen van een ordemaatregel; het treffen van een disciplinaire maatregel; het onthouden van een salarisverhoging; het onthouden van promotiekansen; het afwijzen van verlof.

Rechtspraak bij dit artikel