Naar hoofdinhoud

§ 2

Artikel 4

Artikel 4

Onderdeel van Regeling vertrouwenspersonen integriteit en Klachtencommissie ongewenste omgangsvormen Rijksambtenaren BES· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 23 mei 2014

1. De vertrouwenspersoon integriteit heeft met betrekking tot vermoedens van misstanden tot taak: een ambtenaar of een gewezen ambtenaar op diens verzoek te adviseren over een melding; de minister te informeren over een melding; de minister te adviseren over vermoedens van misstanden. 2. De vertrouwenspersoon integriteit heeft met betrekking tot ongewenste omgangsvormen in ieder geval tot taak: het opvangen, begeleiden en adviseren van de melder en het zo nodig doorverwijzen naar een hulpverlenende instantie of hulpverlener; het inwinnen van inlichtingen die noodzakelijk zijn om een goed inzicht te krijgen over de melding en over de mogelijkheden om tot een oplossing te komen; het inschakelen van een deskundige, bemiddelaar of mediator om tot een oplossing te komen; het adviseren en het behulpzaam zijn van de melder over eventueel verder te nemen stappen; het ondersteunen en begeleiden van de melder bij het indienen van een klacht bij de klachtencommissie en bij het horen van de melder door die commissie; het verlenen van nazorg aan de melder; het signaleren van knelpunten in de uitvoering van het beleid, het verstrekken van inlichtingen over de mogelijkheden tot voorkoming en bestrijding van ongewenste omgangsvormen in de organisatie en het geven van gevraagd of ongevraagd advies op dit gebied aan de directeur van de Rijksdienst Caribisch Nederland; het geven van voorlichting op het gebied van ongewenste omgangsvormen. 3. De vertrouwenspersoon heeft met betrekking tot interne onderzoeken tot taak het ondersteunen en begeleiden van de betrokken ambtenaar.

Rechtspraak bij dit artikel