Naar hoofdinhoud

§ 3

Artikel 4

Artikel 4

Onderdeel van Verordening PT algemene heffing teelt bloembollen oogstjaar 2013· Agrarisch recht

Deze tekst geldt sinds 25 mei 2014

1. Aan de ondernemer die bloembollen teelt wordt een algemene heffing opgelegd naar de grondslag grondgebruik. 2. Onder grondslag grondgebruik, als bedoeld in het eerste lid, wordt verstaan de bij de onderneming behorende cultuurgrond. 3. Onder cultuurgrond, zoals bedoeld in het tweede lid, wordt mede verstaan de cultuurgrond die: zaai- of pootklaar is gehuurd of gepacht; als overig los land is gehuurd of gepacht; om niet in gebruik is ontvangen, of wordt ingezet in het kader van contractteelt zoals bedoeld in artikel 2, tweede lid. 4. De heffing is de gemeten maat van de door de ondernemer gebruikte cultuurgrond per bloembolgewas, uitgedrukt in de genoemde eenheid, vermenigvuldigd met het genoemde tarief in euro en bedraagt voor: Gewas BRSnr. Tarief Eenh. Tulp 560 25 ha Lelie 558 25 ha Narcis 559 25 ha Hyacint 552 25 ha Gladiool 553 25 ha Iris 550 25 ha Zantedeschia 130 25 ha Dahlia 548 25 ha Krokus 578 25 ha Overige bloembolgewassen 562 25 ha 5. Bij het vaststellen van de heffing per gewas wordt een gedeelte van een hectare of een are afgerond tot een veelvoud van respectievelijk een are en een centiare.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel