**1.** Aan de ondernemer die bloembollen teelt wordt een algemene heffing opgelegd naar de grondslag grondgebruik.
**2.** Onder grondslag grondgebruik, als bedoeld in het eerste lid, wordt verstaan de bij de onderneming behorende cultuurgrond.
**3.** Onder cultuurgrond, zoals bedoeld in het tweede lid, wordt mede verstaan de cultuurgrond die:
zaai- of pootklaar is gehuurd of gepacht;
als overig los land is gehuurd of gepacht;
om niet in gebruik is ontvangen, of
wordt ingezet in het kader van contractteelt zoals bedoeld in artikel 2, tweede lid.
**4.** De heffing is de gemeten maat van de door de ondernemer gebruikte cultuurgrond per bloembolgewas, uitgedrukt in de genoemde eenheid, vermenigvuldigd met het genoemde tarief in euro en bedraagt voor:
Gewas
BRSnr.
Tarief
Eenh.
Tulp
560
25
ha
Lelie
558
25
ha
Narcis
559
25
ha
Hyacint
552
25
ha
Gladiool
553
25
ha
Iris
550
25
ha
Zantedeschia
130
25
ha
Dahlia
548
25
ha
Krokus
578
25
ha
Overige bloembolgewassen
562
25
ha
**5.** Bij het vaststellen van de heffing per gewas wordt een gedeelte van een hectare of een are afgerond tot een veelvoud van respectievelijk een are en een centiare.
§ 3
Artikel 4
Artikel 4
Onderdeel van Verordening PT algemene heffing teelt bloembollen oogstjaar 2013· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 25 mei 2014