Wordt voldaan aan het vereiste dat ten minste de helft van het totaal aantal statutaire en beslissingsbevoegde bestuursleden in Nederland woont of feitelijk in Nederland is gevestigd, indien de helft van de statutaire directie bestaat uit A-leden (de in het buitenland woonachtige/gevestigde directeuren), de andere helft uit B-leden (de in Nederlandse woonachtige/gevestigde directeuren) en geldige beslissingen slechts kunnen worden genomen met de instemming van ten minste één A-lid terwijl niet altijd ten minste de instemming van één B-lid is vereist?
Antwoord:
In een dergelijk geval wordt niet aan het vereiste voldaan. Het vereiste dient materieel te worden uitgelegd, hetgeen betekent dat de in Nederland woonachtige/ gevestigde directeur(en) ten minste gelijkwaardige beslissingsbevoegdheid dienen te hebben als de in het buitenland woonachtige/ gevestigde directeur(en). De woon- dan wel vestigingsplaats van een directeur wordt bepaald aan de hand van artikel 4 Algemene wet inzake rijksbelastingen.
Beschikken de in Nederland woonachtige/gevestigde directieleden over de benodigde professionele kennis om hun taken naar behoren uit te voeren als zij slechts gekwalificeerd zijn om de dagelijkse lokale, veelal administratieve, beslommeringen van het lichaam te verzorgen?
Antwoord:
Nee, de verantwoordelijkheden en dus de benodigde professionele kennis van de bestuursleden dient verder te reiken dan de dagelijkse, lokale, veelal administratieve beslommeringen. De directieleden dienen de hen opgedragen bestuurstaken naar behoren uit te kunnen oefenen. Zij dienen – op basis van de eigen verantwoordelijkheid van de rechtspersoon en binnen het kader van de normale concernbemoeienis – de besluitvorming ten aanzien van de af te sluiten transacties en (de besluitvorming ten aanzien van) de goede afhandeling van deze transacties voor hun rekening nemen. De verantwoordelijkheid van het bestuur dient bijvoorbeeld te zien op de juridische afwikkeling van de transacties, het managen van de geldleningen en de hiermee gemoeide risico’s en de uitvoering van transacties. Voor deze taak dienen zij over voldoende professionele kennis te beschikken. Genoemde bestuursleden kunnen ervoor kiezen personeel in te huren voor het uitvoeren van de werkzaamheden dan wel deze werkzaamheden uit te besteden aan externe partijen. De beslissingsbevoegdheid ten aanzien van deze keuze, alsmede de controle op de uitvoering van de werkzaamheden dient bij het bestuur te liggen.
Op welke wijze worden commissarissen meegewogen in de eis dat ten minste de helft van de statutaire en beslissingsbevoegde bestuursleden in Nederland woont of feitelijk is gevestigd?
Antwoord:
De besluiten spreken slechts van bestuursleden. Het bestuur omvat niet mede commissarissen. Deze worden dan ook niet meegewogen. Toezichthoudende bestuursleden worden evenmin meegewogen.
Wordt aan het vereiste dat de bestuursbesluiten in Nederland dienen te worden genomen voldaan, indien met een zekere regelmaat door de directie in Nederland wordt vergaderd waarbij voorgestelde besluiten formeel door de aanwezige directieleden worden aangenomen?
Antwoord:
Het is niet voldoende dat de voorgelegde bestuursbesluiten reeds in het buitenland zijn genomen en in Nederland slechts formeel worden bekrachtigd. De bestuursvergaderingen dienen regelmatig fysiek in Nederland te worden gehouden en daarin dienen de (belangrijke) bestuursbesluiten te worden genomen. Wel is het mogelijk dat sommige aan de bestuursbesluiten ten grondslag liggende voorbereidende handelingen plaatsvinden buiten Nederland. Het bestuur dient daartoe opdracht te geven en dient betrokken te zijn bij de beoordeling en controle van de voorbereidende handelingen.
Artikel III (a)
Substance – bestuurders
Onderdeel van Vragen en antwoorden met betrekking tot besluit Dienstverleningslichamen en zekerheid vooraf (DGB 2014/3101), besluit Behandeling verzoeken zekerheid vooraf in vorm van Advance Tax Ruling (ATR) (DGB 2014/3099)· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 13 juni 2014