**1.** De artikelen 5, 6 eerste tot en met derde lid, en 9 van het Besluit toegankelijkheid van het openbaar vervoer zijn van overeenkomstige toepassing op gebouwen of werken als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de wet.
**2.** Het eerste lid geldt niet voor gebouwen of werken als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de wet die direct grenzen aan of zich bevinden op een weg als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wegenverkeerswet 1994, tenzij zij op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit reeds voldoen aan de artikelen 5, 6 of 9 van het Besluit toegankelijkheid van het openbaar vervoer.
**3.** De artikelen 4, eerste lid, en 10 van het Besluit toegankelijkheid van het openbaar vervoer zijn van overeenkomstige toepassing op een spoorvoertuig bestemd voor openbaar vervoer op de lokale spoorweg.
**4.** Van het eerste en tweede lid kan tijdelijk worden afgeweken bij onvoorziene omstandigheden waarin een ander maatschappelijk belang voor gaat boven het belang van toegankelijk openbaar vervoer, en de beschikbare toegankelijkheid van dat vervoer als gevolg van die omstandigheden redelijkerwijs niet in stand kan blijven.
**5.** Spoorvoertuigen en gebouwen of werken als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de wet die op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit in gebruik zijn, zijn met ingang van 1 januari 2020 aangepast.
**6.** Bij ministeriële regeling kunnen regels gesteld worden over:
de mate of de aard van aanpassingen van spoorvoertuigen en gebouwen of werken als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de wet; en
het aandeel aangepaste spoorvoertuigen en gebouwen of werken als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de wet.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de hoofdstukken 2 tot en
met 10 van de Wet lokaal spoor in werking treden.
Hoofdstuk 2
Artikel 3
Artikel 3
Onderdeel van Besluit lokaal spoor· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 1 december 2015