**1.** Onverminderd de artikelen 22 en 23 van de wet stellen gedeputeerde staten onderscheidenlijk het dagelijks bestuur per baanvak de toegestane maximumsnelheid vast:
na advies van de beheerder, voor zover de lokale spoorweg afgescheiden van het overige wegverkeer ligt;
na advies van de beheerder en de wegbeheerder, voor zover de lokale spoorweg kruist met één of meerdere wegen;
overeenkomstig het advies van de wegbeheerder voor zover de lokale spoorweg in de wegverharding ligt, tenzij het advies van de beheerder aangeeft dat niet met die snelheid gereden kan worden.
**2.** Gedeputeerde staten onderscheidenlijk het dagelijks bestuur maken de maximumsnelheid, bedoeld in het eerste lid, bekend aan in ieder geval de betrokken vervoerders, beheerders, verkeersleiding, toezichthouder van de lokale spoorweg en wegbeheerders.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de hoofdstukken 2 tot en
met 10 van de Wet lokaal spoor in werking treden.
Hoofdstuk 3
Artikel 6
Artikel 6
Onderdeel van Besluit lokaal spoor· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 1 december 2015