Als gevallen als bedoeld in artikel 2.10, eerste lid, van de wet worden aangewezen gevallen waarin:
een dier wordt gedood ter beëindiging of voorkoming van onmiddellijk gevaar voor mens of dier;
een dierenarts heeft vastgesteld dat doden in het belang van het dier is;
dat doden bij of krachtens enig wettelijk voorschrift of ingevolge een EU-verordening is voorgeschreven;
een dier wordt gedood ter beëindiging van ondraaglijk lijden van het dier;
een dier wordt gedood vanwege niet te corrigeren gevaarlijke gedragskenmerken.
Hoofdstuk 1 › § 3
Artikel 1.10
Gevallen waarin dieren mogen worden gedood
Onderdeel van Besluit houders van dieren· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2014