**1.** Een houder van dieren of een dierenarts die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat een ziekte als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a, van verordening (EU) nr. 2016/429 bij een dier aanwezig is, meldt dat onmiddellijk bij een krachtens artikel 5.9, eerste lid, van de wet aangewezen ambtenaar.
**2.** Een houder van dieren of een dierenarts die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat een ziekte als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel e, anders dan een ziekte als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a, van verordening (EU) nr. 2016/429, bij een dier aanwezig is, meldt dat zo snel als praktisch mogelijk bij een krachtens artikel 5.9, eerste lid, van de wet aangewezen ambtenaar.
**3.** Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op eenieder die in het kader van werkzaamheden in een laboratorium gevallen van ziekten als bedoeld in die leden opmerkt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop het bij koninklijke
boodschap van 17 februari 2020 ingediende voorstel van wet tot
wijziging van de Wet dieren in verband met de uitvoering van de
herziene Europese diergezondheidswetgeving tot wet is of wordt
verheven en artikel I, onderdeel B, van die wet in werking treedt
(kst. 35398).