De installaties die voor het voederen en drenken worden gebruikt, zijn op zodanige wijze ontworpen, gebouwd en geplaatst en worden op zodanige wijze onderhouden, dat gevaar voor verontreiniging van het voor de kalveren bestemde voer en water wordt beperkt.
Hoofdstuk 2 › § 5 › § 5.2
Artikel 2.39
Voeder- en drinkinstallaties
Onderdeel van Besluit houders van dieren· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2014