Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › § 1

Artikel 3.2

Vastleggen van een hond

Onderdeel van Besluit houders van dieren· Agrarisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 juli 2014

1. Het bevestigingsmiddel, waarmee de hond is vastgelegd, en de halsband, waaraan dat middel is bevestigd, zijn zodanig ontworpen dat er geen wurging of verwonding bij de hond optreedt. 2. Het bevestigingsmiddel heeft een zodanige lengte dat het dier voldoende bewegingsruimte wordt gelaten. 3. De hond wordt niet door obstakels belemmerd in de bewegingsvrijheid die hem door het bevestigingsmiddel, bedoeld in het eerste lid, wordt gelaten. 4. De hond heeft toegang tot een hok dat: voldoende ruimte biedt aan die hond; de hond bescherming biedt tegen nadelige weersinvloeden en kou; eenvoudig kan worden gereinigd.

Rechtspraak bij dit artikel