**1.** Het bevestigingsmiddel, waarmee de hond is vastgelegd, en de halsband, waaraan dat middel is bevestigd, zijn zodanig ontworpen dat er geen wurging of verwonding bij de hond optreedt.
**2.** Het bevestigingsmiddel heeft een zodanige lengte dat het dier voldoende bewegingsruimte wordt gelaten.
**3.** De hond wordt niet door obstakels belemmerd in de bewegingsvrijheid die hem door het bevestigingsmiddel, bedoeld in het eerste lid, wordt gelaten.
**4.** De hond heeft toegang tot een hok dat:
voldoende ruimte biedt aan die hond;
de hond bescherming biedt tegen nadelige weersinvloeden en kou;
eenvoudig kan worden gereinigd.
Hoofdstuk 3 › § 1
Artikel 3.2
Vastleggen van een hond
Onderdeel van Besluit houders van dieren· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2014