**1.** Indien het bedrijfsgezondheidsplan wordt opgesteld voor een houder van pluimvee, bevat het plan tevens het uniek subregistratienummer, bedoeld in artikel 5a.1, derde lid, van de Regeling houders van dieren.
**2.** Indien het bedrijfsgezondheidsplan wordt opgesteld voor een houder van kippen of kalkoenen, omvat de analyse, bedoeld in artikel 5.14, onderdeel f, ten minste de volgende onderdelen:
reiniging en ontsmetting;
voer;
drinkwater;
klimaat;
technische resultaten van de dieren, waaronder uitval, voederconversie en groei;
strooisel;
aangevoerde dieren;
hakdermatitis;
voetzoollaesies;
bezettingsdichtheid;
uitladen.
**3.** Indien het bedrijfsgezondheidsplan wordt opgesteld voor een houder van pluimvee bevat het plan tevens een bioveiligheidsplan. Het bioveiligheidsplan gaat in op de getroffen en te nemen biobeveiligingsmaatregelen met betrekking tot:
hygiënezones;
plaagdieren en wilde vogels;
bezoekers en personeel;
voertuigen en materialen;
aan- en afvoer van dieren, mest en kadavers;
reiniging en desinfectie van het bedrijfsterrein, stallen en inventaris;
in het geval dat de houder eieren produceert: gebruikt materiaal, ruimtes, reiniging en desinfectie;
uitloop van pluimvee; en
andere risico’s voor de bioveiligheid en zoönosen met betrekking tot het bedrijf of de bedrijfsvoering.
Abusievelijk is voor het eerste lid een wijzigingsopdracht
geformuleerd die niet geheel juist is.
Hoofdstuk 5 › § 3 › § 3.2
Artikel 5.15
Aanvullende eisen bedrijfsgezondheidsplan pluimvee
Onderdeel van Regeling diergeneeskundigen· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 april 2025