Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › § 3 › § 3.2

Artikel 5.15

Aanvullende eisen bedrijfsgezondheidsplan pluimvee

Onderdeel van Regeling diergeneeskundigen· Agrarisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 april 2025

1. Indien het bedrijfsgezondheidsplan wordt opgesteld voor een houder van pluimvee, bevat het plan tevens het uniek subregistratienummer, bedoeld in artikel 5a.1, derde lid, van de Regeling houders van dieren. 2. Indien het bedrijfsgezondheidsplan wordt opgesteld voor een houder van kippen of kalkoenen, omvat de analyse, bedoeld in artikel 5.14, onderdeel f, ten minste de volgende onderdelen: reiniging en ontsmetting; voer; drinkwater; klimaat; technische resultaten van de dieren, waaronder uitval, voederconversie en groei; strooisel; aangevoerde dieren; hakdermatitis; voetzoollaesies; bezettingsdichtheid; uitladen. 3. Indien het bedrijfsgezondheidsplan wordt opgesteld voor een houder van pluimvee bevat het plan tevens een bioveiligheidsplan. Het bioveiligheidsplan gaat in op de getroffen en te nemen biobeveiligingsmaatregelen met betrekking tot: hygiënezones; plaagdieren en wilde vogels; bezoekers en personeel; voertuigen en materialen; aan- en afvoer van dieren, mest en kadavers; reiniging en desinfectie van het bedrijfsterrein, stallen en inventaris; in het geval dat de houder eieren produceert: gebruikt materiaal, ruimtes, reiniging en desinfectie; uitloop van pluimvee; en andere risico’s voor de bioveiligheid en zoönosen met betrekking tot het bedrijf of de bedrijfsvoering. Abusievelijk is voor het eerste lid een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet geheel juist is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel