**1.** Een bedrijfsgezondheidsplan en een bedrijfsbehandelplan als bedoeld in artikel 1.28, eerste lid, van het besluit, worden opgesteld wanneer een houder van dieren:
250 of meer hoenderachtigen, eenden of ganzen houdt ten behoeve van de productie van vlees, consumptie-eieren of broedeieren;
5 of meer runderen houdt ten behoeve van de productie van melk of vlees;
5 of meer kalveren houdt ten behoeve van de productie van vlees;
5 of meer varkens houdt ten behoeve van de productie van vlees;
250 of meer konijnen houdt ten behoeve van de fokkerij of de productie van vlees;
25 of meer geiten houdt ten behoeve van de fokkerij of de productie van melk of vlees.
**2.** Een houder van dieren als bedoeld in het eerste lid, laat per diersoort één bedrijfsgezondheidsplan en één bedrijfsbehandelplan opstellen.
**3.** In afwijking van het eerste lid laat een houder van eenden, ganzen of andere hoenderachtigen dan kippen of kalkoenen enkel een bedrijfsgezondheidsplan opstellen. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk 3 › § 1 › § 1.2
Artikel 3.5
Gevallen waarin een bedrijfsgezondheidsplan en een bedrijfsbehandelplan vereist zijn
Onderdeel van Regeling houders van dieren· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 april 2025