**1.** De houder bewaart de uitslag van het onderzoek dat krachtens verordening (EG) nr. 2160/2003 of op grond van deze paragraaf namens de houder is uitgevoerd gedurende twee jaar en registreert die uitslag:
in een register dat op grond van artikel 1.4 Regeling handhaving en overige zaken Wet dieren is aangewezen als register voor de registratie van die gegevens; of
bij de minister, voor zover voor de registratie van die gegevens geen aanwijzing als bedoeld in artikel 1.4 Regeling handhaving en overige zaken Wet dieren heeft plaatsgevonden.
**2.** De houder verstrekt bij de registratie, bedoeld in het eerste lid, in ieder geval de volgende gegevens:
bedoeld in artikel 93, slot, van verordening (EU) nr. 2016/429, het unieke erkenningsnummer, bedoeld in artikel 2, onderdeel 16, van verordening (EU) nr. 2019/2035, dan wel het unieke subregistratienummer, bedoeld in artikel 5a.1, derde lid;
laboratoriumcode, datum, tijdstip en aanduiding van de uitslag;
bedrijfstype, soort monster, datum monstername, gegevens ter identificatie van de monsternemer, stalnummer waar het monster is genomen, geboortedatum en nummer van het betreffende koppel;
datum ontvangst bij het laboratorium van het genomen monster, aanvangsdatum laboratoriumonderzoek, soort onderzoek en uitslag van het onderzoek;
indien van toepassing: serotype en gegevens over afwijking in het monster.
**3.** Indien blijkt dat gegevens als bedoeld in het eerste en tweede lid, niet juist of volledig zijn, verstrekt de houder de gecorrigeerde gegevens.
**4.** Geconstateerde aanwezigheid van de serotypes enteritidis, typhimurium, hadar, infantis, virchow en java wordt onverwijld door de houder aan de betrokken afnemer doorgegeven.
Hoofdstuk 7b › § 7b.3 › § 7b.3.4 › § 7b.3.4.3
Artikel 7b.49
Registratie uitslag onderzoek
Onderdeel van Regeling houders van dieren· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 21 april 2021