**1.** Het bewijs van inenting, bedoeld in artikel 3.15, onderdeel b, van het besluit, is een door een dierenarts opgemaakt en schriftelijk afgegeven bewijs.
**2.** Het is het eerste lid bedoelde bewijs heeft betrekking op de inentingen die overeenkomstig de artikelen 8.3 en 8.4 hebben plaatsgevonden en bevat de volgende gegevens:
naam en praktijkadres van de dierenarts;
de inentingsdatum, het herhalingsinterval en voor zover dat van toepassing is de hiervan gemotiveerde afwijkingen;
geslacht van het dier;
kleur van het dier;
voor zover bekend, ras van het dier;
voor zover bekend, geboortedatum van het dier en
indien aanwezig, het identificatienummer van de chip of de cijfer- en lettercode van de tatoeage.
**3.** Met het in het eerste lid bedoelde bewijs van inenting wordt gelijkgesteld een bewijs van inenting dat ingevolge het Honden- en kattenbesluit 1999 voor desbetreffende hond of kat is afgegeven.
Hoofdstuk 8
Artikel 8.5
Bewijs van inenting
Onderdeel van Regeling houders van dieren· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 16 december 2015