Bij de overbrenging is de bewaking van verzoeker opgedragen aan ambtenaren van het verzoekende land. Deze ambtenaren zijn bevoegd alle dienstige maatregelen te nemen ter beveiliging van de verzoeker en ter voorkoming van zijn ontvluchting. Deze bevoegdheden staan gelijk aan die welke overeenkomstig het recht van het aangezochte land ten aanzien van een veroordeelde kunnen worden uitgeoefend.
Artikel 8
Bevoegdheden tijdens overdracht
Deze tekst geldt sinds 3 juli 2014