Aan gezagvoerders van militaire vliegtuigen en helikopters wordt onder de in de artikelen 4 tot en met 8 voor de betrokken gezagvoerder gestelde beperkingen vrijstelling verleend van het verbod om een VFR-vlucht uit te voeren beneden de bij of krachtens paragraaf SERA.5005, onderdeel f, van verordening (EU) nr. 923/2012 en artikel 1 van deze regeling vastgestelde minimum vlieghoogte.
Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit luchtverkeer
2014 in werking treedt.
Paragraaf 1
Artikel 3
Vrijstelling minimum VFR-vlieghoogte
Onderdeel van Regeling minimum VFR-vlieghoogten en VFR-vluchten buiten de daglichtperiode voor militaire vliegtuigen en helikopters· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 12 december 2014