Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Geen opschorting en beëindiging opschorting

Onderdeel van Beleidsregels UWV opschorting betaling bij vertrek naar onbekende bestemming· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 26 juli 2014

1. Opschorting in verband met de afwijkende registratie, bedoeld in artikel 2, vindt niet plaats of wordt beëindigd, als: de uitkering of een deel van de uitkering niet of niet langer rechtstreeks aan de verzekerde zelf wordt uitbetaald; of is vastgesteld dat de verzekerde in het buitenland woont of verblijft; of de verzekerde aantoont dat hij bezwaar heeft gemaakt of beroep heeft ingesteld tegen een beslissing van het college van burgemeester en wethouders van de desbetreffende gemeente, bedoeld in artikel 2.60 van de Wet basisregistratie personen, die tot gevolg heeft dat de afwijkende registratie niet ongedaan wordt gemaakt. 2. Voor de toepassing van het eerste lid onder a wordt de uitkering geacht rechtstreeks aan de verzekerde zelf te worden uitbetaald, als de uitkering of een deel van de uitkering wordt uitbetaald aan: een bewindvoerder, curator of andere vertegenwoordiger van de verzekerde; een schuldeiser van de verzekerde die beslag op de uitkering heeft laten leggen. 3. Als de verzekerde na afloop van de bezwaar- of beroepsprocedure, bedoeld in het eerste lid onder c, in de basisregistratie personen ambtshalve opgenomen blijft met gegevens over het vertrek uit Nederland, vindt alsnog opschorting plaats tot verblijf in het buitenland kan worden vastgesteld of een adres in Nederland in de basisregistratie personen is opgenomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel