Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Inleiding

Onderdeel van Omzetbelasting, margeregeling; regeling voor gebruikte goederen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 26 juli 2014

De Wet op de omzetbelasting 1968 bevat een bijzondere regeling voor gebruikte goederen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten, de zogenoemde margeregeling. Deze regeling voorkomt cumulatie van btw als goederen die al eerder zijn geleverd aan een niet-aftrekgerechtigde afnemer, terugkeren in het handelscircuit. Zonder de margeregeling zou bij wederverkoop opnieuw belasting geheven worden over de gehele vergoeding, terwijl in die vergoeding een restant van de eerder geheven btw is begrepen. De margeregeling houdt in dat bij de levering van deze goederen de leverancier alleen btw verschuldigd is over zijn winstmarge. Uitgangspunt is dat de winstmarge per individueel goed wordt bepaald. Deze methode en de algemene regels van de margeregeling komen in hoofdstuk 3 aan de orde. In sommige bedrijfstakken is het ondoenlijk of zeer moeilijk om goederen individueel van inkoop tot verkoop te volgen. In die gevallen wordt de winstmarge per tijdvak vastgesteld (de zogenoemde globalisatieregeling). Deze globalisatieregeling komt in hoofdstuk 4 aan de orde. In de daarop volgende hoofdstukken wordt achtereenvolgens aandacht besteed aan: kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten (hoofdstuk 5); administratieve verplichtingen (hoofdstuk 6); bijzondere regelingen (hoofdstuk 7); ingetrokken regelingen (hoofdstuk 8); inwerkingtreding (hoofdstuk 9). Dit besluit werd gewijzigd bij besluit van 14 december 2018, nr. 2018-30753 (Stcrt. 68655). De wijziging betrof de onderdelen 3.6, 3.7, 4.3, 4.10, 4.11, 5.3, 5.7.1 en 7.7. De wijziging hield verband met de verhoging van het verlaagde btw-tarief van 6% naar 9% met ingang van 1 januari 20191Artikel XXIV, onderdeel B, van het Belastingplan 2019, nr. 35 026. Verder zijn aan de voorbeelden in onderdeel 4.3 dvd’s toegevoegd. Dit besluit werd gewijzigd bij besluit van [datum], nr. 2019-25271, (Stcrt. [nummer]). De wijziging betrof de onderdelen 3.5., 3.5.3., 5.3., 6.3. en 7.7. De wijziging hield verband met de wijziging van 28b, tweede lid, onderdeel c van de Wet op de omzetbelasting 1968 vanwege het in werking treden van een nieuwe regeling voor kleine ondernemers met ingang van 1 januari 20201Wet modernisering kleineondernemersregeling, Stb. 2018 511. Dit besluit werd gewijzigd bij besluit van 23 december 2024, nr. 2024-31004 (Stcrt. 2024, 38768). De wijziging betrof de verwerking van de wijziging van de margeregeling voor kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten per 1 januari 2025. Naar aanleiding hiervan zijn toelichtende teksten aangepast en vervallen de in onderdeel 5.6.1 opgenomen goedkeuringen inzake de toepassing van het verlaagde tarief en de margeregeling bij intracommunautaire verwerving van kunstvoorwerpen. Voorts is het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 13 juli 2023 (Mensing II) verwerkt in dit besluit. Ten slotte zijn de gevolgen van de inwerkingtreding per 1 januari 2025 van de Wet implementatie Richtlijn kleineondernemersregeling verwerkt. wet:Wet op de omzetbelasting 1968 btw: omzetbelasting uitvoeringsbesluit:Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968 uitvoeringsbeschikking:Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968 btw-richtlijn:Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde margeregeling: regeling voor gebruikte goederen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten, bedoeld in Hoofdstuk V, afdeling 5, van de wet margegoederen: gebruikte goederen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten, bedoeld in artikel 2a, eerste lid, onderdelen l en m, van de wet kav-goederen: kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten, bedoeld in artikel 2a, eerste lid, onderdeel m, van de wet kav-vergunning: vergunning, bedoeld in artikel 28c van de wet individuele regeling: regeling, bedoeld in artikel 28b van de wet globalisatie/globalisatieregeling: regeling, bedoeld in artikel 28d van de wet wederverkoper: de ondernemer wiens activiteiten geheel of ten dele bestaan uit de wederverkoop van gebruikte goederen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten EU: Europese Unie lidstaat: een lidstaat van de EU wet BPM:Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992 BPM: belasting van personenauto’s en motorrijwielen AWR:Algemene wet inzake rijksbelastingen Dit besluit bevat de volgende (beleidsmatige) wijzigingen ten opzichte van het besluit van 4 juli 2007, nr. CPP2007/948M: de verhoging van het algemene btw-tarief van 19% naar 21% is verwerkt (wijziging artikel 9 van de wet per 1 oktober 2012, Wet uitwerking fiscale maatregelen begrotingsakkoord 2013, 33 287); paragraaf 3.8: de herziening van de keuze om al dan niet de margeregeling toe te passen is onder voorwaarden versoepeld (Hof Amsterdam, 6 april 2009, nr. 08/00151, ECLI:NL:GHAMS:2009:BI0538); paragrafen 4.20 en 4.21: de verrekeningsmogelijkheid van negatieve marges per tijdvak is ook van toepassing in de situatie dat de koper en verkoper beiden de globalisatieregeling toepassen bij bedrijfsbeëindiging en uittreding of beëindiging fiscale eenheid (wijziging artikelen 3 en 8 van de uitvoeringsbeschikking per 1 januari 2008, nr. DB2007/655M, 20 december 2007); paragraaf 4.22 besluit CPP2007/948M: in deze paragraaf was goedgekeurd dat tot uiterlijk 31 december 2008 een beroep kon worden gedaan op een ingetrokken faciliteit bij bedrijfsbeëindiging. Vanwege het tijdsverloop is deze goedkeuring achterhaald en niet meer in dit besluit opgenomen; paragraaf 4.22.4: vanwege het vervallen van de mogelijkheid gebruik te maken van rubriek 5e van de btw-aangifte, moeten autodemontagebedrijven de herrekening bij toepassing van de globalisatieregeling verwerken bij rubriek 1a. Verder vervalt de eis dat de wederverkoper de herrekening schriftelijk aan de inspecteur moet sturen. Voldoende is dat de herrekening blijkt uit de administratie; paragraaf 4.22.5: ter verduidelijking is een nieuwe paragraaf opgenomen over de samenloop van de autodemontageregeling en de margeregeling; paragrafen 5.5 en 5.6: de paragrafen over intracommunautaire transacties met kav-goederen zijn verduidelijkt; paragraaf 5.7: ten onrechte afgetrokken btw staat de toepassing van de kav-vergunning niet in de weg (Hof ’s-Hertogenbosch, 10 juli 2009, nr. 08/00140, ECLI:NL:GHSHE:2009:BJ5833); paragraaf 6.3: de grens voor afgifte van een inkoopverklaring is verhoogd naar € 500 (wijziging artikel 4a van de uitvoeringsbeschikking per 1 januari 2010, nr. DB2009/735M, 17 december 2009); paragraaf 6.4: opgenomen is dat de wederverkoper die de margeregeling toepast, hiervan op de factuur een bepaalde aanduiding moet opnemen (Wet van 15 maart 2012 tot wijziging van de wet in verband met nieuwe factureringsregels per 1 januari 2013); paragraaf 7.5: ter verduidelijking is opgenomen dat de goedkeuring voor veilinghouders bij executoriale verkoop niet kan worden toegepast als de veilinghouder weet dat de pandgever de btw heeft afgetrokken; paragraaf 8 ingetrokken besluiten: VB95/2032, Verwijderingsbijdrage geen doorlopende post voor BTW. In dit besluit was de goedkeuring opgenomen dat over de (met verwijderingsbijdragen bekostigde) ontvangen premies door gecertificeerde autodemontage- en/of recyclingbedrijven de heffing van btw achterwege kan blijven. Deze goedkeuring is overbodig omdat het standpunt ook al voortvloeit uit jurisprudentie1Hof van Justitie, 29 februari 1996, nr. C-215/94, ECLI:EU:C:1996:72 (Mohr) en Hof van Justitie, 18 december 1997, nr. C-384/95, ECLI:EU:C:1997:627 (Landboden); VB95/2145, Bemiddeling door galeriehouders. De inhoud van het besluit was grotendeels al in geactualiseerde vorm opgenomen in besluit CPP2007/948M en is overgenomen in paragraaf 7.7 van dit besluit. Voor het overige is het besluit achterhaald (punt 5, vierde alinea) of beschrijvend (punt 5, vanaf de vijfde alinea); VB95/2411, Toepassing margeregeling BTW voor ticketbureau. De inhoud van het besluit is opgenomen in paragraaf 7.9 van dit besluit; VB96/1626, Verlenging globalisatieregeling bij margeregeling BTW. Het besluit is achterhaald vanwege tijdsverloop; CPP2007/948M, Omzetbelasting. Margeregeling; regeling voor gebruikte goederen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten. Het besluit is geactualiseerd bij dit besluit.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel