Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Titel 2.10

Artikel 2.10.3

Afwijzingsgronden

Onderdeel van Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies· Agrarisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 juli 2026

1. De minister beslist afwijzend op een aanvraag: voor investeringen in een kasenergiesysteem, indien: de nieuwbouwkas geen glas heeft dat voldoet aan artikel 2.3.2, eerste lid, onderdeel i, van de Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies; de kas niet is voorzien van: minimaal 2 tegelijkertijd en onafhankelijk van elkaar te sluiten energieschermen; teeltkundig vereiste verduisteringsschermen; en wettelijk verplichte lichtafschermingsschermen; voor investeringen in een kasenergiesysteem, voor bestaande bouw en nieuwbouw, die niet ten minste leiden tot: 25 procent reductie van CO2-emissie uit de glasopstanden ten opzichte van de bestaande situatie van het project; en 15 procent primaire energiereductie ten opzichte van de bestaande situatie van het project; voor investeringen in een kasenergiesysteem, indien deze zich niet in de beginfase van de marktintroductie bevindt; indien de subsidie aan een glastuinbouwonderneming of per glastuinbouwonderneming die deelneemt aan een samenwerkingsverband van glastuinbouwondernemingen op grond van artikel 2.10.4 lager zou zijn dan € 125.000; indien het aannemelijk is dat de activiteiten waar de aanvraag tot subsidieverlening betrekking op heeft in strijd zijn met de toepasselijke wettelijke voorschriften, bedoeld in artikel 2.10.9, derde lid, onderdeel f; voor investeringen: in een ketel of kachel gestookt op biomassa niet zijnde een biowarmtekrachtkoppelinginstallatie, vergasser op basis van niet-houtige biomassa of wervelbed ketel; in een kasteeltsysteem voor oogst en verwerking; in een aardwarmteproject waarvoor eerder op grond van het Besluit stimulering duurzame energieproductie subsidie verstrekt is of subsidie kan worden aangevraagd; of waarvoor eerder op grond van hoofdstuk 4 van deze regeling een subsidie is verstrekt; voor investeringen in energie-efficiëntie die betrekking hebben op verbeteringen die worden uitgevoerd om ervoor te zorgen dat de glastuinbouwonderneming of de glastuinbouwondernemingen die deelnemen aan een samenwerkingsverband voldoet respectievelijk voldoen aan reeds vastgestelde Unienormen; voor investeringen ter bevordering van energie uit hernieuwbare energiebronnen die bestemd zijn voor: de productie van biobrandstoffen, voor zover de gesteunde investering niet wordt gebruikt voor de productie van duurzame biobrandstoffen niet zijnde biobrandstoffen op basis van voedingsgewassen; biobrandstoffen waarvoor een leverings- of bijmengverplichting geldt; waterkrachtinstallaties die niet aan richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (PbEG 2000, L 327) voldoen; een installatie die niet nieuw is; of een installatie die al in bedrijf is; indien de glastuinbouwonderneming of glastuinbouwondernemingen die deelnemen aan een samenwerkingsverband niet overeenkomstig artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007 in het handelsregister is respectievelijk zijn ingeschreven; indien de glastuinbouwonderneming of glastuinbouwondernemingen die deelnemen aan een samenwerkingsverband niet voldaan heeft respectievelijk hebben aan artikel 24, tweede lid, van de Landbouwwet, indien aan hem respectievelijk hen op grond van artikel 24, eerste lid, van die wet door de minister beschrijvingsbiljetten zijn uitgereikt of gezonden, voor: het jaar waarin de subsidie wordt aangevraagd; of het jaar voorafgaand daaraan indien de gegevens van het jaar waarin de subsidie wordt aangevraagd nog niet beschikbaar zijn; voor investeringen in een kasenergiesysteem: bij bestaande bouw indien niet alle investeringen als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies zijn gedaan; bij een nieuwbouwkas met lichtdoorlatend kasdek indien niet alle investeringen voor schermen en kasdek voor nieuwbouw als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies zijn gedaan; bij een nieuwbouwkas met een gedeeltelijk niet-lichtdoorlatend kasdek, indien: het kasdek niet volgens een logisch en efficiënt plan zo volledig mogelijk is bedekt met zonnepanelen, en de opgewekte energie voor minder dan 70% op jaarbasis wordt gebruikt in het eigen bedrijf, en een deel van het teeltproces plaatsvindt onder het niet- lichtdoorlatende kasdek met daarbij aantoonbare rendabele teelt in teelttechnische en financiële kaders; als deze betrekking heeft op een kasteeltsysteem voor productie indien: hiermee minder dan 5 m3 gas per m2 glasopstand per jaar wordt bespaard; of niet is onderbouwd met een berekening en op basis van onderzoek samen met KWIN of praktijkgegevens welk deel van de investering in het kasteeltsysteem voor productie toegekend wordt aan het kasenergiesysteem. 2. Een kasenergiesysteem bevindt zich niet in de beginfase van de marktintroductie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, indien er al op grond van artikel 2.10.2, eerste lid, voor 10 aanvragen voor een gelijksoortig kasenergiesysteem subsidie is verleend. 3. In afwijking van het eerste lid, aanhef en onderdeel h, onder 1°, komt investeringssteun om bestaande installaties voor biobrandstoffen op basis van voedingsgewassen om te bouwen tot installaties voor geavanceerde biobrandstoffen wel voor subsidie in aanmerking, indien die op voedingsgewassen gebaseerde productie wordt verminderd naar rato van de nieuwe capaciteit. 4. De afwijzingsgrond, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel k, is niet van toepassing op een glastuinbouwonderneming of glastuinbouwondernemingen die deelnemen aan een samenwerkingsverband waarop titel 16.2 van de Wet milieubeheer van toepassing is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel