De subsidie bedraagt 100 procent van de subsidiabele kosten, doch ten hoogste voor de subsidiabele kosten, bedoeld in artikel 2.17.4, eerste lid, onderdelen a en b samen:
€ 200.000 voor de provincies Drenthe, Flevoland, Friesland, Groningen en Zeeland afzonderlijk;
€ 260.000 voor de provincies Limburg, Overijssel en Utrecht afzonderlijk;
€ 330.000 voor de provincies Gelderland, Noord-Brabant, Noord-Holland en Zuid-Holland afzonderlijk.
Hoofdstuk 2 › Titel 2.17
Artikel 2.17.3
Hoogte subsidie
Onderdeel van Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 16 juli 2026