**1.** De minister kent aan een aanvraag een hoger aantal punten toe, naarmate:
de bijdrage aan de realisatie van de CO2-doelen groter is, omdat:
de beoogde onderzochte en ontwikkelde technieken en processen van het project naar verwachting een hogere bijdrage kunnen leveren aan de CO2-reductie, en
het voorstel:
meer gericht is op nieuwe technieken of processen of op potentiële doorbraak- of grensverleggende oplossingen gericht op de langere termijn, of
op kortere termijn meer bijdraagt aan verdere doorontwikkeling en een bredere toepassing van een techniek of van kennis inclusief demonstraties;
de kwaliteit van het project hoger is, blijkend uit:
de uitwerking van de aanpak, methodiek en te behalen resultaten en onderbouwing hiervan;
de omvang van het draagvlak bij de doelgroep, en
de gemotiveerde inschatting van de economische en technische haalbaarheid van de resultaten;
de kosteneffectiviteit van het project groter is, waarbij meer punten worden toegekend naarmate:
de kosten van de voorgestelde activiteiten en de gevraagde subsidie meer in verhouding zijn, en
het percentage van de eigen bijdrage van de sector meer in overeenstemming is met de richtlijn, berekend overeenkomstig en beschreven in bijlage 2.2.2.
**2.** De minister kent per subonderdeel van onderdeel a, b en c van het eerste lid ten minste één en ten hoogste vijf punten toe.
**3.** Indien aan twee of meer aanvragen in totaal een gelijk aantal punten is toegekend, rangschikt de minister een aanvraag hoger naarmate meer punten zijn toegekend voor het criterium, genoemd in het eerste lid, onderdeel a.
Hoofdstuk 2 › Titel 2.2
Artikel 2.2.8
Rangschikkingscriteria
Onderdeel van Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 april 2026