De minister besluit afwijzend op een aanvraag indien:
de kwaliteit van het project onvoldoende is, gelet op:
de uitwerking van:
het projectplan;
het voorlopig of definitief ontwerp;
de mijlpalenbegroting of;
de exploitatieberekening;
de mate waarin projectrisico’s worden geadresseerd;
de onderbouwing dat alle benodigde partijen die een essentiële rol spelen in de keten van de warmtelevering en stakeholders in het project vertegenwoordigd zijn;
de mate waarin de beschikbare middelen effectief en efficiënt worden ingezet; of
de juridische haalbaarheid;
de hoogte van de subsidie minder dan € 125.000,- bedraagt;
niet aannemelijk is gemaakt dat het project bij subsidievaststelling zal voldoen aan artikel 26, tweede en vierde lid, onderdelen a en b, van de EED-richtlijn;
niet aannemelijk is gemaakt dat het aan te leggen energie-efficiënte warmtenet of de uitbreiding van het energie-efficiënte warmtenet bij subsidievaststelling in gebruik zal worden genomen;
het niet aannemelijk wordt geacht dat kan worden voldaan aan de termijnen genoemd in artikel 2.23.8.
Hoofdstuk 2 › Titel 2.23
Artikel 2.23.6
Afwijzingsgronden
Onderdeel van Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026