**1.** De subsidie bedraagt:
voor de activiteiten, bedoeld in artikel 2.25.2, eerste lid, onderdelen a en d, 100 procent van de subsidiabele kosten;
voor de activiteiten, bedoeld in artikel 2.25.2, eerste lid, onderdeel b, 80 procent van de subsidiabele kosten;
voor de activiteiten, bedoeld in artikel 2.25.2, eerste lid, onderdeel c, voor productieve investeringen 65 procent en voor niet-productieve investeringen 100 procent van de subsidiabele kosten, doch ten hoogste € 1.000.000, indien de investering plaatsvindt op een landbouwonderneming;
voor de activiteiten, bedoeld in artikel 2.25.2, eerste lid, onderdeel c, 100 procent van de subsidiabele kosten, indien het een investering door een onderzoeksorganisatie betreft.
**2.** De hoogte van de subsidie bedraagt in totaal maximaal € 5.000.000.
**3.** Het percentage, genoemd in het eerste lid, onderdeel c, wordt voor productieve investeringen verhoogd met 15 procentpunten indien:
subsidie wordt verstrekt die verband houdt met een of meer specifieke milieu- en klimaat gerelateerde doelstellingen als vermeld in artikel 14, derde lid, onderdelen e, f en g van de groepsvrijstellingsverordening landbouw, of met dierenwelzijn als bedoeld in artikel 14, twaalfde lid, onderdeel a, van de groepsvrijstellingsverordening landbouw;
subsidie wordt verstrekt aan jonge landbouwers als bedoeld in artikel 14, twaalfde lid, onderdeel b, van de groepsvrijstellingsverordening landbouw.
**4.** De subsidie voor de activiteit, bedoeld in artikel 2.25.2, eerste lid, onderdeel c, bedraagt ten hoogste € 600.000 per landbouwonderneming per investering, indien de investering plaatsvindt op een landbouwonderneming.
Hoofdstuk 2 › Titel 2.25
Artikel 2.25.4
Hoogte subsidie
Onderdeel van Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 27 november 2024