**1.** Onverminderd artikel 50, tweede lid, van het besluit gaat de aanvraag tot subsidievaststelling vergezeld van:
de overeenkomst met het sloopbedrijf, waaruit blijkt welke vergoeding de subsidieontvanger, na aftrek van de sloopkosten, ontvangt van het sloopbedrijf voor het ter sloop overgedragen vissersvaartuig;
een afschrift waaruit blijkt dat de teboekstelling van het vissersvaartuig in de openbare registers is doorgehaald; en
een sloopverklaring als bedoeld in artikel 2.26.9, eerste lid, onderdeel c.
**2.** In afwijking van artikel 50, tweede lid, onderdeel c, van het besluit behoeft de aanvraag niet vergezeld te gaan van een controleverklaring.
**3.** De minister kan ten behoeve van de vaststelling van de subsidie bij de subsidieontvanger aanvullende informatie of bewijsstukken opvragen die nodig zijn om te beoordelen of voldaan is aan de bij deze regeling gestelde eisen.
**4.** In afwijking van het eerste lid wordt, indien het vissersvaartuig verloren gegaan is op een tijdstip tussen het moment van subsidieverlening en het moment waarop het vissersvaartuig voor sloop wordt aangeboden, bij de aanvraag tot subsidievaststelling meegezonden:
een bewijs van het verloren gaan van het vissersvaartuig meegezonden;
een afschrift waaruit blijkt dat de teboekstelling van het vissersvaartuig in de openbare registers is doorgehaald; en
een verklaring van de verzekeringsmaatschappij omtrent de hoogte van de door de verzekering uitgekeerde vergoeding.
Hoofdstuk 2 › Titel 2.26
Artikel 2.26.10
Vaststelling subsidie
Onderdeel van Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 5 juli 2025