De minister beslist afwijzend op een aanvraag om subsidie, indien:
onvoldoende vertrouwen bestaat dat de intermediaire onderneming gedurende de looptijd van het investeringsproject volledige zeggenschap heeft over het investeringsproject;
de intermediaire onderneming niet beschikt over:
een geldige registratie als bedoeld in artikel 38, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet;
de vergunningen die noodzakelijk zijn voor de realisatie van het investeringsproject;
het investeringsproject niet een werkingsprincipe of basistechniek betreft, zoals opgenomen in bijlage 2.28.1;
de bewerkingscapaciteit door het investeringsproject waarvoor subsidie wordt aangevraagd niet toeneemt;
de voor subsidie in aanmerking komende kosten lager zijn dan € 150.000; of
uit de beschrijving van het mestbewerkingsproces blijkt dat de massa van te bewerken mest voor meer dan 50% uit pluimveemest bestaat.
Hoofdstuk 2 › Titel 2.28
Artikel 2.28.7
Afwijzingsgronden
Onderdeel van Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 26 november 2025