**1.** Voor subsidie komen uitsluitend de volgende kosten in aanmerking:
voor de activiteiten, bedoeld in artikel 2.29.2, eerste lid, onderdeel a: de kosten, bedoeld in artikel 32, elfde lid, onderdelen a tot en met c, van de groepsvrijstellingsverordening landbouw;
voor de activiteiten, bedoeld in artikel 2.29.2, eerste lid, onderdeel b: voor zover het een investering op een landbouwonderneming betreft, de kosten, bedoeld in artikel 14, zesde lid, onderdelen a tot en met e, van de groepsvrijstellingsverordening landbouw;
voor de activiteiten, bedoeld in artikel 2.29.2, eerste lid, onderdeel c: de kosten, bedoeld in artikel 32, elfde lid, onderdeel d, en, voor zover van toepassing, artikel 38, zevende lid, van de groepsvrijstellingsverordening landbouw;
voor de activiteiten, bedoeld in artikel 2.29.2, eerste lid, onderdeel d: de kosten, bedoeld in artikel 32, elfde lid, onderdeel d, en, voor zover van toepassing, artikel 38, zevende lid, van de groepsvrijstellingsverordening landbouw;
voor de activiteiten, bedoeld in artikel 2.29.2, eerste lid, onderdeel e: de kosten, bedoeld in artikel 21, derde lid, met uitzondering van onderdeel b en c, van de groepsvrijstellingsverordening landbouw.
**2.** Voor zover sprake is van investeringskosten als bedoeld in artikel 2.29.2, eerste lid, onderdeel b, en artikel 14 van de groepsvrijstellingsverordening landbouw, komen uitsluitend in aanmerking de kosten van investeringen:
die verband houden met de doelstellingen, bedoeld in artikel 14, derde lid, onderdelen e, f of g, van de groepsvrijstellingsverordening landbouw; en
die betrekking hebben op niet-productieve investeringen.
Hoofdstuk 2 › Titel 2.29
Artikel 2.29.3
Subsidiabele kosten
Onderdeel van Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 11 juli 2026