Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Titel 2.5

Artikel 2.5.3

Afwijzingsgronden

Onderdeel van Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies· Agrarisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026

1. Voor subsidie komt niet in aanmerking een financier die een kredietovereenkomst sluit met een LV-ondernemer: die over voldoende financiële middelen beschikt om zijn LV-onderneming op economisch verantwoorde wijze te drijven; die een substantieel deel van de activiteiten van de LV-onderneming niet in Nederland uitvoert; of die een LV-onderneming in stand houdt waarvan de laatste jaaromzet voor 50 procent of meer is verkregen, of, indien de LV-onderneming nog geen heel jaar in stand is gehouden, waarvan de omzet naar verwachting voor 50 procent of meer zal worden verkregen, uit: de uitoefening van het bank-, verzekerings- of beleggingsbedrijf, of het financieren van een of meer andere ondernemingen, of het verwerven, vervreemden, beheren of exploiteren van onroerende zaken of het ontwikkelen van onroerende zaakprojecten. 2. Geen subsidie wordt verstrekt voor activiteiten die direct verband houden met: de uitvoer naar andere lidstaten van de Europese Unie of derde landen; andere lopende uitgaven direct verband houdend met activiteiten op het gebied van uitvoer; het oprichten en exploiteren van een distributienet ten behoeve van uitvoer, of investeringen die niet in overeenstemming zijn met de wetgeving van de Europese Unie en met de nationale milieubeschermingswetgeving.

Rechtspraak bij dit artikel