De minister beslist afwijzend op een aanvraag:
indien het vernieuwingsfasetraject geen experimentele ontwikkeling vormt;
indien aannemelijk is dat de MKB-ondernemer de financiering waarvoor de aanvraag is ingediend zelf heeft of kan verkrijgen bij anderen;
indien onvoldoende aannemelijk is dat de toekomstige investeerder aan de hand van het vernieuwingsfaseplan het plan heeft opgevat de MKB-ondernemer te financieren of de toekomstige investeerder daar naar verwachting niet toe in staat zal zijn;
voor zover de begrote kosten van het vernieuwingsfasetraject hoger zijn dan € 450.000 of
lager zijn dan € 142.000 indien de MKB-ondernemer een middelgrote onderneming in stand houdt, of
lager zijn dan € 110.000 indien de MKB-ondernemer een kleine onderneming in stand houdt;
indien onvoldoende vertrouwen bestaat dat de MKB-ondernemer een vernieuwingsfasetraject in uitvoeringstechnische zin zo zal kunnen voltooien dat hij financiering voor de fase na het vernieuwingsfasetraject zal kunnen verkrijgen van de toekomstige investeerder;
indien onvoldoende vertrouwen bestaat dat de MKB-ondernemer de geldlening bedoeld in artikel 3.16.2, eerste lid, kan terugbetalen;
indien voor het vernieuwingsfasetraject reeds door de minister subsidie is verstrekt;
indien voor het vernieuwingsfasetraject een geldlening bij een financier kan worden aangevraagd;
indien met de uitvoering van het vernieuwingsfasetraject is begonnen voor de datum van de aanvraag.
Hoofdstuk 3 › Titel 3.16 › § 3.16.2
Artikel 3.16.4
Afwijzingsgronden
Onderdeel van Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 17 december 2024