Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Titel 3.26

Artikel 3.26.11

Verplichtingen betreffende de aflossing en rentebetaling bij een geldlening

Onderdeel van Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies· Agrarisch recht

Deze tekst geldt sinds 22 november 2025

1. Gedurende de looptijd van de lening is Leningnemer verplicht het volgende aan Leninggever te betalen: de aflossing van de hoofdsom van de geldlening; een eenmalige rente van 15 procent over de hoofdsom van de geldlening, die niet-rentedragend bij het uitstaand saldo aanwast op de laatste dag van het kalenderjaar waarin subsidievaststelling heeft plaatsgevonden op grond van artikel 50 van het besluit; een jaarlijkse basisrente van 3 procent per jaar over de som van het verschuldigde nog niet afgeloste deel van de hoofdsom van de geldlening, die rentedragend bij het uitstaand saldo aanwast op de laatste dag van het kalenderjaar waarin niet voldaan is aan de bij deze rente horende betalingsverplichting uit de overeenkomst van geldlening, bedoeld in artikel 11, tweede lid, onderdeel a, subonderdeel 2°, van bijlage 3.26; en voor zover van toepassing, de bij te late betaling verschuldigde wettelijke rente. 2. De betalingen, bedoeld in het eerste lid, vinden plaats volgens een in de overeenkomst van geldlening vastgelegd schema, bedoeld in artikel 11, tweede lid, van bijlage 3.26, doch uiterlijk binnen 14 jaar nadat de lening verstrekt is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel