Voor subsidie komen uitsluitend de volgende kosten in aanmerking:
voor activiteiten van een directe partner als bedoeld in artikel 3.27.2, tweede lid, onderdeel a: de kosten, bedoeld in de bijlage bij het IPCEI-steunkader, voor zover deze zijn opgenomen in het Europees goedkeuringsbesluit;
voor economische activiteiten van een onderneming als bedoeld in artikel 3.27.2, tweede lid, onderdeel b:
de kosten, bedoeld in artikel 25, derde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, voor zover deze betrekking hebben op industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling door een onderneming;
de kosten, bedoeld in artikel 25, vierde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, voor zover deze betrekking hebben op een haalbaarheidsstudie door een onderneming;
de kosten, bedoeld in artikel 26, vijfde lid, van de algemene groepsvrijstellingverordening, voor zover deze betrekking hebben op de bouw of het upgraden van onderzoeksinfrastructuur door een onderneming;
de kosten, bedoeld in artikel 17, tweede lid, onderdeel a, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, voor zover deze betrekking hebben op uitbreidingsinvesteringen door een middelgrote of kleine onderneming;
voor niet-economische onderzoeksactiviteiten van een onderzoeksorganisatie als bedoeld in artikel 3.27.2, tweede lid, onderdeel c: de redelijk gemaakte kosten die, overeenkomstig artikel 10 van het besluit, direct verbonden zijn met de uitvoering van industrieel onderzoek, experimentele ontwikkeling of een haalbaarheidsstudie door een onderzoeksorganisatie.
Hoofdstuk 3 › Titel 3.27
Artikel 3.27.4
Subsidiabele kosten
Onderdeel van Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 9 juni 2026