**1.** De minister beslist afwijzend op een aanvraag om subsidieverlening betreffende een Nederlands belangrijk project op elk soort deelgebied, indien:
het aannemelijk is dat door het Nederlandse belangrijke project in onvoldoende mate invulling wordt gegeven aan de criteria, bedoeld in paragrafen 3.2.1, onderdelen 15, 16, 18, 19 en 20, 3.2.3, onderdelen 22, 23, 24 en 25, en 3.3, onderdeel 26, van het IPCEI-steunkader;
de subsidiabele kosten per Nederlands belangrijk project minder zouden bedragen dan € 5.000.000;
de te verlenen subsidie minder dan € 125.000 per subsidieaanvrager zou bedragen;
in onvoldoende mate is gewaarborgd dat de uitvoering van het Europese of Nederlandse belangrijke project door de betrokken partijen in overeenstemming zal zijn met:
internationale en Europese verdragen, waaronder in ieder geval de Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens; of
het recht van de Europese Unie, waaronder in ieder geval het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, Verordening (EU) 608/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 inzake de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten door de douane en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1383/2003 van de Raad (PbEU 2013, L 181), Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PbEU 2016, L 119), Verordening (EU) 2019/452 van het Europees Parlement en de Raad van 19 maart 2019 tot vaststelling van een kader voor de screening van buitenlandse directe investeringen in de Unie (PbEU 2019, L 79 I), Richtlijn (EU) 2016/943 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende de bescherming van niet-openbaar gemaakte knowhow en bedrijfsinformatie (bedrijfsgeheimen) tegen het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken en openbaar maken daarvan (PbEU 2016, L 157) en Richtlijn 2016/1148 van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2016 houdende maatregelen voor een hoog gemeenschappelijk niveau van beveiliging van netwerk- en informatiesystemen in de Unie (PbEU 2016, L 194);
in het geval er sprake is van een Nederlands samenwerkingsverband waaraan een onderzoeksorganisatie deelneemt, de samenwerking tussen die onderzoeksorganisatie en de overige deelnemers in het samenwerkingsverband onvoldoende evenwichtig is, blijkend uit de omstandigheid dat de onderzoeksorganisatie meer dan 65 procent van de subsidiabele kosten maakt.
**2.** Onverminderd het eerste lid beslist de minister afwijzend op een aanvraag om subsidieverlening betreffende een Nederlands belangrijk project op een specifiek deelgebied, indien:
na toepassing van artikel 3.27.8, eerste lid, onderdelen a tot en met d, en tweede lid, minder dan zes punten per criterium zijn toegekend;
de aanvraag om subsidieverlening betrekking heeft op een Nederlands belangrijk project op het deelgebied ‘algemene en pre-commerciële ontwikkeling van geavanceerde halfgeleidertechnologieën’, bedoeld in artikel 3.27.2, eerste lid, onderdeel a:
waarvoor niet een voorlopig projectvoorstel ingediend was bij de minister op uiterlijk 2 februari 2026 om 17:00 uur op grond van de oproep opgenomen in Stcrt. 2025, 41451;
dat niet past binnen het thema ‘AI-chips en -accelerators’, ‘fotonische integrated circuits’, ‘chiplets en heterogene integratie /advanced packaging’, ‘disruptieve sensoren voor autonomie’, ‘vermogenselektronica en disruptieve energiebesparende oplossingen’, ‘secure communications’ of ‘enabling technologies’, genoemd in paragraaf 1.4 van de oproep (Stcrt. 2025, 41451);
waarvoor de pre-notificatiefase nog niet gestart was op 30 november 2026;
waarvan de financieringskloof minder dan € 10.000.000 zou bedragen; of
waarvoor eerder in totaal een subsidie van ten minste € 50.000.000 is verstrekt aan één of meer van de betrokken directe partners op grond van deze titel voor het uitvoeren van dezelfde activiteiten, bedoeld in artikel 3.27.2, tweede lid, onderdeel a, binnen dit deelgebied, bedoeld in artikel 3.27.2, eerste lid, onderdeel a;
de aanvraag betrekking heeft op een Nederlands belangrijk project op het deelgebied ‘onderzoek en ontwikkeling van geavanceerde halfgeleidertechnologieën’, bedoeld in artikel 3.27.2, eerste lid, onderdeel b:
waarvoor niet een voorlopig projectvoorstel ingediend was bij de minister op uiterlijk 2 februari 2026 om 17:00 uur op grond van de oproep, opgenomen in Stcrt. 2025, 41451; of
dat niet past binnen het thema ‘AI-chips en -accelerators’, ‘fotonische integrated circuits’, ‘chiplets en heterogene integratie /advanced packaging’, ‘disruptieve sensoren voor autonomie’, ‘vermogenselektronica en disruptieve energiebesparende oplossingen’, ‘secure communications’ of ‘enabling technologies’ als bedoeld in paragraaf 1.4 van de oproep, opgenomen in Stcrt. 2025, 41451.