**1.** De minister beslist afwijzend op een aanvraag indien:
hij de subsidiabele kosten raamt op minder dan € 150.000;
onvoldoende vertrouwen bestaat dat de subsidieontvanger het ontwikkelingsproject en de daarop volgende fase van commercialisatie kan financieren;
onvoldoende vertrouwen bestaat dat de subsidieontvanger een ontwikkelingsproject zowel in technische als in economische zin tot een succes zal kunnen maken;
onvoldoende vertrouwen bestaat dat de subsidieontvanger de subsidie terug kan betalen binnen de in artikel 3.9.8, vijfde lid, genoemde periode;
van het ontwikkelingsproject onvoldoende positieve gevolgen voor de Nederlandse economie te verwachten zijn.
**2.** De afwijzingsgrond, genoemd in artikel 23, onderdeel a, van het besluit is niet van toepassing.
Hoofdstuk 3 › Titel 3.9
Artikel 3.9.7
Afwijzingsgronden
Onderdeel van Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 17 december 2024