**1.** Voor subsidie komen de investeringskosten, bedoeld in artikel 46, zesde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening in aanmerking.
**2.** In aanvulling op het eerste lid komen voor subsidie alleen de kosten in aanmerking voor zover deze betrekking hebben op investeringen:
in het warmtenet ten behoeve van levering van warmte aan kleinverbruikersaansluitingen in de bestaande bouw; en
in het warmtenet tot aan de gevel van een object met een blokaansluiting; en
in een systeem voor thermische opslag, indien deze gebruik maakt van bewezen technieken en thermische energie opslaat en levert aan het energie-efficiënte warmtenet.
**3.** De volgende kosten komen in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking:
kosten ten behoeve van investeringen in een warmtebron, warmtepomp of een binneninstallatie;
kosten die niet te activeren zijn en rechtstreeks in de winst- en verliesrekening worden verantwoord;
kosten ten behoeve van een investering in onderdelen die uitsluitend ten behoeve van grootverbruikers, proceswarmte of nieuwbouw worden aangelegd.
**4.** Voor de berekening van de subsidiabele kosten is de vaste-uurtarief-systematiek, bedoeld in artikel 14 van het besluit, aangewezen. Het vast uurtarief bedraagt € 65,–.
**5.** Op de subsidiabele kosten is artikel 10, derde lid, van het besluit niet van toepassing.
Hoofdstuk 4 › Titel 4.10
Artikel 4.10.4
Subsidiabele kosten
Onderdeel van Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 4 juni 2025