De minister beslist afwijzend op een aanvraag, indien:
de industriële onderneming niet zelfstandig verplicht is om een PRTR-verslag op te stellen tenzij deze onderneming onderdeel is van een vergunning-groep en voor of namens de vergunning-groep een PRTR-verslag dient te worden opgesteld;
de industriële onderneming van de subsidieaanvrager een depositiejaarvracht had van minder dan 2500 mol/jaar op overbelaste hexagonen van Natura 2000-gebieden binnen een straal van 25 km van de bedrijfslocatie, gebaseerd op emissiegegevens in 2019, tenzij deze onderneming onderdeel is van een vergunning-groep die een depositiejaarvracht had van meer dan 2500 mol/jaar op overbelaste hexagonen van Natura 2000-gebieden binnen een straal van 25 km, gebaseerd op emissiegegevens in 2019;
het door de subsidieaanvrager gevraagde subsidiebedrag hoger is dan de werkelijke investeringskosten die opgenomen zijn in de kostenbegroting;
het gedeelte van de voorgestelde nageschakelde installatie, dat de ammoniak en stikstofoxiden afvangt uit de emissiestroom, een lager niveau dan Technologie Readiness Level 9 (implementatiefase) heeft;
de subsidie wordt aangevraagd voor een investering die verplicht is op grond van een wettelijk voorschrift of een geldende Unienorm als bedoeld in artikel 2, onderdeel 102, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
voor het uitvoeren van het project, waarvoor subsidie wordt aangevraagd, vergunningen noodzakelijk zijn die niet zijn of kunnen worden verleend;
het ingediende projectplan onvolledig is of van onvoldoende kwaliteit.
Hoofdstuk 4 › Titel 4.11
Artikel 4.11.8
Afwijzingsgronden
Onderdeel van Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 30 oktober 2024