Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Titel 4.2 › § 4.2.7

Artikel 4.2.49a

Rangschikkingscriteria

Onderdeel van Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies· Agrarisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026

1. De minister kent aan een MOOI-project een hoger aantal punten toe naarmate: het MOOI-project meer bijdraagt aan de doelstellingen van de subsidie, opgenomen in bijlage 4.2.6; het MOOI-project vernieuwender is ten opzichte van de internationale stand van onderzoek of techniek en de Nederlandse kennispositie meer versterkt; de slaagkans van de innovatie in de Nederlandse markt en maatschappij groter is; de kwaliteit van het MOOI-project beter is, blijkend uit de uitwerking van aanpak en methodiek, de omgang met risico’s, de uitvoerbaarheid en de mate waarin de beschikbare middelen effectiever en efficiënter worden ingezet; de kwaliteit van het samenwerkingsverband beter is, blijkend uit de samenstelling en de projectorganisatie. 2. De minister kent per onderdeel van het eerste lid ten minste één en ten hoogste tien punten toe. 3. Voor de rangschikking wordt het aantal punten gegeven voor de criteria, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, c en e, per criterium vermenigvuldigd met 22,5, voor de criteria, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en d, per criterium vermenigvuldigd met 16,25, en vervolgens opgeteld. 4. De minister rangschikt de aanvragen waarop niet afwijzend is beslist hoger naarmate in totaal meer punten aan het MOOI-project zijn toegekend. 5. Geen subsidie wordt verleend voor een MOOI-project dat lager is gerangschikt dan een soortgelijk MOOI-project. Deze wijziging is niet van toepassing op aanvragen die in de periode van 1 mei 2025 tot en met 31 maart 2026 zijn ingediend op grond van artikel 4.2.113 en aanvragen die in de periode van 5 januari tot en met 12 februari 2026 zijn ingediend op grond van artikel 4.2.44 en passen binnen MOOI-missie Elektriciteit, innovatiethema 5.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel