**1.** De minister kent aan een MOOI-project een hoger aantal punten toe naarmate:
het MOOI-project meer bijdraagt aan de doelstellingen van de subsidie, opgenomen in bijlage 4.2.6;
het MOOI-project vernieuwender is ten opzichte van de internationale stand van onderzoek of techniek en de Nederlandse kennispositie meer versterkt;
de slaagkans van de innovatie in de Nederlandse markt en maatschappij groter is;
de kwaliteit van het MOOI-project beter is, blijkend uit de uitwerking van aanpak en methodiek, de omgang met risico’s, de uitvoerbaarheid en de mate waarin de beschikbare middelen effectiever en efficiënter worden ingezet;
de kwaliteit van het samenwerkingsverband beter is, blijkend uit de samenstelling en de projectorganisatie.
**2.** De minister kent per onderdeel van het eerste lid ten minste één en ten hoogste tien punten toe.
**3.** Voor de rangschikking wordt het aantal punten gegeven voor de criteria, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, c en e, per criterium vermenigvuldigd met 22,5, voor de criteria, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en d, per criterium vermenigvuldigd met 16,25, en vervolgens opgeteld.
**4.** De minister rangschikt de aanvragen waarop niet afwijzend is beslist hoger naarmate in totaal meer punten aan het MOOI-project zijn toegekend.
**5.** Geen subsidie wordt verleend voor een MOOI-project dat lager is gerangschikt dan een soortgelijk MOOI-project.
Deze wijziging is niet van toepassing op aanvragen die in de
periode van 1 mei 2025 tot en met 31 maart 2026 zijn ingediend op
grond van artikel 4.2.113 en aanvragen die in de periode van 5
januari tot en met 12 februari 2026 zijn ingediend op grond van
artikel 4.2.44 en passen binnen MOOI-missie Elektriciteit,
innovatiethema 5.
Hoofdstuk 4 › Titel 4.2 › § 4.2.7
Artikel 4.2.49a
Rangschikkingscriteria
Onderdeel van Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026