Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Titel 4.4

Artikel 4.4.3

Hoogte subsidie

Onderdeel van Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies· Agrarisch recht

Deze tekst geldt sinds 16 juli 2026

1. De hoogte van de subsidie wordt bepaald door de kosten die in jaar t zijn gemaakt: voor elk product waarvoor een efficiëntiebenchmark voor elektriciteitsgebruik is vastgesteld, afzonderlijk berekend overeenkomstig de volgende formule: Ai * Ct * Pt–1 * E * AOt In deze formule betekent: Ai: de steunintensiteit in jaar t, bedoeld in het derde lid, uitgedrukt als een breuk; Ct: de CO2-emissiefactor; Pt–1: de EUA-termijnkoers in jaar t–1 (Euro/tCO2); E: de toepasselijke productspecifieke efficiëntiebenchmark voor elektriciteitsverbruik als omschreven in bijlage 4.4.2; AOt: de werkelijke output in jaar t. voor producten waarvoor geen efficiëntiebenchmark voor elektriciteitsgebruik is vastgesteld, berekend overeenkomstig de volgende formule: Ai * Ct * Pt–1 * EF * AECt. In deze formule betekent: Ai: de steunintensiteit in jaar t, bedoeld in het derde lid, uitgedrukt als een breuk; Ct: de CO2-emissiefactor; Pt–1: de EUA-termijnkoers in jaar t–1 (Euro/tCO2); EF: de fallback-efficiëntiebenchmark voor elektriciteitsverbruik in jaar t; AECt: het werkelijke elektriciteitsverbruik (MWh) in jaar t. 2. De hoogte van het subsidiebedrag wordt verminderd met het bedrag in euro dat overeenkomt met de indirecte emissiekosten ETS van 1.000 MWh, berekend overeenkomstig de volgende formule: Ai *Ct *Pt–1 * EF *AEC. In deze formule betekent: Ai: de steunintensiteit in jaar t, bedoeld in het derde lid, uitgedrukt als een percentage; Ct: de CO2-emissiefactor; Pt–1: de EUA-termijnkoers in jaar t–1 (Euro/tCO2); EF: de fallback-efficiëntiebenchmark voor elektriciteitsverbruik in jaar t; AEC: 1.000 (MWh). 3. De steunintensiteit in jaar t van bedrijfstakken opgenomen in Tabel 1 van bijlage 4.4.1, bedoeld in het eerste en tweede lid, bedraagt 80 procent van de opgelopen indirecte kosten gemaakt in 2025 tot en met 2030. 4. De steunintensiteit in jaar t van bedrijfstakken opgenomen in Tabel 2 van bijlage 4.4.1, bedoeld in het eerste en tweede lid, bedraagt 75 procent van de opgelopen indirecte kosten gemaakt in 2025 tot en met 2030.

Rechtspraak bij dit artikel