De minister beslist afwijzend op een aanvraag indien:
de kwaliteit van het projectplan onvoldoende is, blijkend uit de uitwerking van aanpak en methodiek, de omgang met risico's, de uitvoerbaarheid of de mate waarin de beschikbare middelen effectief en efficiënt worden ingezet;
onomkeerbare investeringsverplichtingen voor de productielijn zijn aangegaan voor de datum waarop de aanvraag is ingediend;
met de in het projectplan opgenomen activiteiten is gestart voor de datum waarop de aanvraag is ingediend;
er een concreet risico bestaat dat het project niet binnen de Europese Economische Ruimte wordt uitgevoerd;
de subsidieaanvrager de productielijn waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, of een daarmee vergelijkbare productielijn, in de twee jaar voorafgaand aan de subsidieaanvraag heeft verplaatst tussen lidstaten binnen de Europese Economische Ruimte naar de vestiging waar de realisatie van de productielijn waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, moet plaatsvinden;
er een concreet risico bestaat dat de subsidieaanvrager de productielijn waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, of een daarmee vergelijkbare productielijn zal verplaatsen tussen lidstaten binnen de Europese Economische Ruimte binnen twee jaar na de voltooiing van het project;
het plan voor kennisverspreiding van onvoldoende kwaliteit is.
Hoofdstuk 4 › Titel 4.7
Artikel 4.7.8
Afwijzingsgronden
Onderdeel van Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 augustus 2024