Bij gelieerde lichamen moet voorafgaand aan de toepassing van de innovatiebox eerst een arm’s-lengthbeloning worden bepaald voor de door de belastingplichtige uitgeoefende functies, de gebruikte activa en de daarmee gepaard gaande risico’s. Daarnaast moet de winst bij aanwezigheid van een vaste inrichting voorafgaand aan de toepassing van de innovatiebox arm’s-length worden gealloceerd. Hierbij wordt in het bijzonder gewezen op de toepassing van artikel 8b van de Wet Vpb, de artikelen 7 en 9 OMV, het OESO-commentaar op de artikelen 7 en 9 OMV, de OESO-richtlijnen, het besluit over verrekenprijzen (besluit van 14 november 2013, nr. IFZ2013/184M, m.n. onderdelen 6.4, 7 en 8) en het besluit over winstallocatie aan vaste inrichtingen (besluit van 15 januari 2011, nr. IFZ2010/457M). Pas nadat de arm’s-lengthbeloning is bepaald respectievelijk de winst arm’s-length is gealloceerd, kan voor de toepassing van de innovatiebox worden bepaald welk deel van deze beloning en deze gealloceerde winst als een voordeel uit hoofde van een octrooi- of S&O-activum is aan te merken (zie onderdeel 6.3 hierna).
Artikel 2
Bepalen arm’s-lengthbeloning
Onderdeel van Vennootschapsbelasting, innovatiebox· Ondernemingspraktijk
Deze tekst geldt sinds 6 september 2014