Een octrooi kan zien op een deel van een meer omvattend immaterieel activum. Het innovatieve element mag echter niet van ondergeschikt belang zijn in verhouding tot het grotere immateriële activum. Om die reden geldt voor octrooi-activa de aanvullende eis dat de met het immateriële activum behaalde voordelen naar verwachting in belangrijke mate (30% of meer) zijn toe te rekenen aan een octrooi. Gekochte octrooien tellen daarbij niet mee. Deze zogenoemde ‘oorzaaktoets’ voorkomt dat het met een relatief onbelangrijk octrooi mogelijk wordt dat substantiële voordelen voor de toepassing van de innovatiebox in aanmerking komen. Het betreft een eenmalige, kwalitatieve toets. De toets wordt aangelegd naar de toestand aan het einde van het eerste jaar waarin voor de innovatiebox wordt gekozen. Het is een ex-antetoets waarbij het gaat om de verwachting op het moment dat voor de toepassing van de innovatiebox wordt gekozen. Het is dus niet de bedoeling dat op rekenkundige wijze wordt vastgelegd of al dan niet aan dit criterium wordt voldaan. Ingeval een eventuele doorontwikkeling leidt tot een nieuw immaterieel activum met een bijbehorend nieuw octrooi, zal ook hierop de oorzaaktoets moeten worden toegepast. Overigens geldt de oorzaaktoets niet voor S&O-activa. Bij S&O-activa geldt de eis dat de activa moeten zijn voortgevloeid uit S&O-werkzaamheden waarvoor aan de belastingplichtige een S&O-verklaring is afgegeven. Dit impliceert een direct causaal verband.
Artikel 9
Oorzaaktoets (artikel 12b, tweede lid)
Onderdeel van Vennootschapsbelasting, innovatiebox· Ondernemingspraktijk
Deze tekst geldt sinds 6 september 2014