**1.** De kantonrechter die de bewindvoerder, bedoeld in artikel 435, zevende lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, benoemt, stelt diens beloning vast overeenkomstig het bepaalde in het tweede tot en met vijfde lid.
**2.** De jaarbeloning, inclusief onkostenvergoeding en exclusief omzetbelasting voor zover van toepassing, bedraagt:
voor een bewindvoerder € 1.630;
voor een bewindvoerder in een bewind met problematische schulden € 2.107.
**3.** Indien het onder bewind staande vermogen meer bedraagt dan € 1.000.000, stelt de kantonrechter de jaarbeloning vast op 0,75% van dat vermogen.
**4.** De jaarbeloning is verschuldigd vanaf de eerste dan wel de zestiende dag van de maand waarin de bewindvoerder is benoemd en wordt in maandelijkse termijnen betaald, tenzij de kantonrechter anders bepaalt.
**5.** Naast de jaarbeloning kent de kantonrechter in voorkomende gevallen de volgende beloningen toe:
voor aanvangswerkzaamheden € 767, of € 574 indien de bewindvoerder voorafgaand aan het bewind budgetbeheer heeft gevoerd;
voor de verkoop of ontruiming van een woning, of in geval er geen mentor is, een verhuizing € 478;
voor het beheren van een persoonsgebonden budget € 718;
voor het opmaken van een eindrekening en -verantwoording € 288.
**6.** In afwijking van het eerste lid kan de kantonrechter in geval een bewind niet alle goederen betreft of wegens uitzonderlijke omstandigheden de beloning van de bewindvoerder op andere wijze vaststellen.
Artikel 3
Artikel 3
Onderdeel van Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren· Personen- en familierecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026