De vergunninghouder is verplicht de vergoeding bedoeld in artikel 3a van het Kansspelenbesluit binnen vier weken na aanvang van een kalenderjaar te betalen aan de Kansspelautoriteit.
De vergunninghouder mag aan zijn afdrachten niet de voorwaarde verbinden dat de begunstigde instellingen wervings- of reclameactiviteiten ontplooien voor de vergunninghouder.
De vergunninghouder mag, gerekend over een kalenderjaar, ten hoogste 20% van de afdracht ten goede laten komen aan instellingen als bedoeld in punt C.2, waarbij deze als tegenprestatie goederen of diensten ter beschikking stellen die door de vergunninghouder als prijzen kunnen worden gebruikt.
Artikel G
Overig
Onderdeel van Besluit vergunning vriendenloterij 2015/2016· Bank- en effectenrecht, financiering
Deze tekst geldt sinds 5 december 2014