Naar hoofdinhoud

Artikel I › Hoofdstuk 3

Artikel 3.6

Verdeling

Onderdeel van Regeling kwaliteitsafspraken mbo· Onderwijsrecht

Deze tekst geldt sinds 19 maart 2016

1. De minister verdeelt het in artikel 3.3 bedoelde bedrag voor het desbetreffende kalenderjaar over de instellingen op basis van de diploma’s behaald in het schooljaar voorafgaand aan het desbetreffende kalenderjaar. 2. De minister maakt voor de verdeling van het in artikel 3.3 bedoelde bedrag onderscheid tussen het landelijk budget voor behoud en het landelijk budget voor verbetering. 3. Het landelijk budget voor behoud wordt per schooljaar berekend door het in artikel 3.3 bedoelde bedrag te delen door het totaal aantal behaalde diploma’s in dat schooljaar te vermenigvuldigen met het aantal diploma’s dat op grond van artikel 3.7 voor het behoud van resultaten in aanmerking komt. 4. Het landelijk budget voor verbetering wordt bepaald door het in artikel 3.3 bedoelde bedrag te verminderen met het landelijk budget voor behoud. 5. De minister kan een instelling op grond van artikel 3.7, eerste lid, en artikel 3.8, eerste lid, niet een groter deel van het in artikel 3.3 bedoelde bedrag verstrekken dan maximaal acht procent van de rijksbijdrage, bedoeld in artikel 2.2.1, tweede lid, van de wet. Bij de bepaling van de in artikel 2.2.1, tweede lid, van de wet bedoelde rijksbijdrage wordt uitgegaan van het bedrag dat op grond van artikel 2.2.1, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit WEB is berekend in de maand september voorafgaand aan het jaar waarvoor het resultaatafhankelijk budget is vastgesteld. 6. Indien het resultaat van de in artikel 3.7, vierde lid, en artikel 3.8, derde lid, bedoelde verdeelsleutels zou zijn dat het maximum, bedoeld in het vijfde lid, wordt overschreden, dan wordt het bedrag waarmee het maximum wordt overschreden verdeeld over de instellingen naar rato van het bedrag dat zij op grond van artikel 3.7, eerste lid, en 3.8, eerste lid, ontvangen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel