**1.** De minister stelt jaarlijks uiterlijk op 1 december ten behoeve van het daaropvolgende kalenderjaar een percentage vast dat uitdrukt welk gedeelte van de totale hoeveelheid elektriciteit die wordt opgewekt door middel van verbranding van huishoudelijk afval of vergelijkbaar bedrijfsafval in een afvalverbrandingsinstallatie, elektriciteit uit hernieuwbare bronnen of thermische energie uit hernieuwbare bronnen is.
**2.** Indien de minister constateert dat in een afvalverbrandingsinstallatie of in een AVI-eenheid substantiële hoeveelheden homogemene afvalstromen worden verwerkt met een substantieel ander percentage dan bedoeld in het eerste lid, of dat er substantiële hoeveelheden fossiele brandstoffen worden gebruikt, kan de minister, in afwijking van het eerste lid, voor die afvalverbrandingsinstallatie of die AVI-eenheid het percentage vaststellen dat uitdrukt welk gedeelte van de totale hoeveelheid elektriciteit die wordt opgewekt door middel van die homogene afvalstromen, elektriciteit uit hernieuwbare bronnen of thermische energie uit hernieuwbare bronnen is.
§ 5
Artikel 19
Artikel 19
Onderdeel van Regeling garanties van oorsprong· Ondernemingspraktijk
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026