Indien de aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken door de secretaris van de algemene raad al dan niet op verzoek van de advocaat is doorgehaald, vervalt van rechtswege de verklaring, bedoeld in artikel 9j, tweede lid, van de Advocatenwet, en, indien van toepassing, het bewijsstuk, bedoeld in artikel 4.11, achtste lid.
Hoofdstuk 4 › Afdeling 4.2 › Paragraaf 4.2.3
Artikel 4.16
Gevolg doorhaling aantekening
Onderdeel van Verordening op de advocatuur· Procesrecht
Deze tekst geldt sinds 1 februari 2020