Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Afdeling 4.2 › Paragraaf 4.2.1

Artikel 4.8

Aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken

Onderdeel van Verordening op de advocatuur· Procesrecht

Deze tekst geldt sinds 1 februari 2020

1. De aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken is onvoorwaardelijk. 2. In afwijking van het eerste lid is de aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken voorwaardelijk, indien aantekening op het tableau heeft plaatsgevonden na toepassing van artikel 4.9, achtste lid, en een advocaat niet in het bezit is van het bewijsstuk, bedoeld in artikel 4.11, achtste lid, eerste volzin, dat de proeve van bekwaamheid met goed gevolg is afgelegd. 3. Met de in artikel 4.11, achtste lid, tweede volzin, bedoelde kennisgeving van het bewijsstuk aan de secretaris van de algemene raad wordt van rechtswege het voorwaardelijke karakter aan de aantekening ontnomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel