De advocaat oefent de praktijk uit op een of meer van de volgende wijzen:
zelfstandig, in een eenmanszaak of in de vorm van een praktijkrechtspersoon, waarover hij zeggenschap uitoefent;
in een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 5.3, waarbij de advocaat niet in dienst is van dat samenwerkingsverband;
in dienst van een werkgever als bedoeld in artikel 5.9.
Hoofdstuk 5 › Afdeling 5.1
Artikel 5.2
Wijzen van uitoefening van de praktijk
Onderdeel van Verordening op de advocatuur· Procesrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2015