Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.1

Artikel 4.1

Onderdeel van Regeling langdurige zorg· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 21 mei 2026

1. Van de vermogensgrondslag, bedoeld in artikel 3.3.1.2, tweede en derde lid, van het Besluit, wordt het volgende vermogensbestanddeel afgetrokken: het bedrag van een uitkering die een schadevergoeding vormt voor letselschade waarvan de hoogte is vastgelegd in een overeenkomst of rechterlijke uitspraak; het bedrag van een uitkering als bedoeld in de artikelen 9bis en 9quater van de Uitvoeringsregeling Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen; het bedrag van een uitkering als bedoeld in artikel 9ter van de Uitvoeringsregeling Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen; een uitkering van kindgebonden budget met betrekking tot de berekeningsjaren 2013 tot en met 2017 door de Dienst Toeslagen in het kader van de herstelactie kindgebonden budget. 2. De termijn gedurende welke het bedrag van de uitkering, genoemd in het eerste lid, onderdeel d, wordt afgetrokken van de vermogensgrondslag, bedoeld in artikel 3.3.1.2, tweede en derde lid, van het Besluit, bedraagt een jaar, welke termijn aanvangt in het kalenderjaar dat volgt op het jaar waarin de uitkering is verkregen. 3. De termijn gedurende welke het bedrag van de uitkering, genoemd in het eerste lid, onderdeel b, wordt afgetrokken van de vermogensgrondslag, bedoeld in artikel 3.3.1.2, tweede en derde lid, van het Besluit, bedraagt tien jaar, welke termijn aanvangt in het kalenderjaar dat volgt op het jaar waarin de uitkering is verkregen. 4. De termijn gedurende welke het bedrag van de uitkering, genoemd in het eerste lid, onderdeel c, wordt afgetrokken van de vermogensgrondslag, bedoeld in artikel 3.3.1.2, tweede en derde lid, van het Besluit, bedraagt drie jaar, welke termijn aanvangt in het kalenderjaar dat volgt op het jaar waarin de uitkering is verkregen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel