Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › § 4

Artikel 5.13a

Artikel 5.13a

Onderdeel van Regeling langdurige zorg· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 30 mei 2026

1. Het zorgkantoor verhoogt het persoonsgebonden budget voor de jaren 2026 en 2027 indien: de verzekerde met een zorgverlener een arbeidsovereenkomst heeft gesloten die vóór 1 januari 2026 is ingegaan en na die datum is voortgezet; en de arbeidsverhouding op de ingangsdatum van de arbeidsovereenkomst ingevolge artikel 6, eerste lid, onderdeel c, van de Werkloosheidswet, artikel 6, eerste lid, onderdeel c, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, artikel 6, eerste lid, onderdeel c, van de Ziektewet en artikel 5, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 niet als dienstbetrekking werd beschouwd. 2. Het zorgkantoor verhoogt het persoonsgebonden budget ten behoeve van de premies die de verzekerde ingevolge de Werkloosheidswet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Ziektewet en de Wet op de loonbelasting 1964 verschuldigd is of zou zijn wanneer de arbeidsverhouding wel als dienstbetrekking wordt of zou worden beschouwd. 3. Het zorgkantoor neemt bij de verhoging als uitgangspunt de over het voorgaande jaar ingediende declaraties.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel