Het zorgkantoor stelt aan de hand van het budgetplan, bedoeld in artikel 5.8, eerste lid, en het gesprek, bedoeld in artikel 5.8, derde lid, de bij de zorgvraag passende zorginzet van de verzekerde vast en verleent met inachtneming van het basisbedrag, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, een op die zorginzet afgestemd persoonsgebonden budget.
Artikel II van Stcrt. 2024/39988 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Hoofdstuk 5 › § 3
Artikel 5.8a
Artikel 5.8a
Onderdeel van Regeling langdurige zorg· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2025